Vijf belangrijke verschillen tussen print- en webcopy

19 mei 2016 Inzichten / Vijf belangrijke verschillen tussen print en webcopy

Lezen op een scherm is niet hetzelfde als lezen op papier. Een weblezer is ongeduldiger. Hij leest slordiger en trager. Dat betekent dat je teksten op print niet zomaar kan overnemen op je website, wil je dat ze ook echt gelezen worden. Hou deze 5 verschillen in het achterhoofd en maak dat jouw webcopy wel werkt.

1. Alles lezen <---> scannen


Wie een artikel leest in een magazine, doet dat meestal zoals het hoort. Je begint bij het begin, leest van boven naar beneden, van links naar rechts, en eindigt netjes aan het eind van het artikel. Dat is helemaal anders als je een webpagina voor je neus hebt. Onderzoek met heatmapping toont dat we een webpagina lezen in een soort F of E-patroon:

Bron: https://www.nngroup.com/articles/f-shaped-pattern-reading-web-content/

De focus ligt op de linkerkant, het zwaartepunt bovenaan. Er worden stukken overgeslagen, we lezen zeker niet alles en als er veel gescrold moet worden, geven we het op. Het gaat eigenlijk veeleer om scannen dan om echt lezen.

Schrijf je webcontent daarom scanbaar:

• Wissel korte blokjes tekst af met afbeeldingen, lijstjes, infographics...

• Voorzie betekenisvolle tussentitels

• Plaats de belangrijkste info bovenaan en links.

• Zet belangrijke woorden in vet, zodat die eruit springen.


2. Piramide <---> omgekeerde piramide

Bij schrijven voor print heb je de luxe dat je je verhaal langzaam kan opbouwen. Met een prikkelende inleiding die nog niet alles weggeeft, een opsomming van argumenten of ideeën en vervolgens een logische conclusie. Dat noemen we een piramidevorm. Maar als je lezer niet van boven tot helemaal beneden leest, houdt zo’n opbouw geen steek. Beter gebruik je dan de omgekeerde piramide:

Bron: dailywritingtips.com

 

Je begint dus met de kerngedachte. Bijkomende info en details hou je voor het eind van de tekst.
Die techniek is vooral interessant voor commerciële webteksten. Daarin wil je de lezer immers meteen verleiden en doen handelen, iets wat op print sowieso veel moeilijker is.

Een andere interessante techniek om webteksten te schrijven die doen converteren is de PAS-methode. PAS is een acroniem voor Problem, Aggravate (of agitate), Solve. In je tekst volg je volgende structuur:

  • Je beschrijft een probleem en spreekt daarmee de doelgroep aan
  • Je maakt duidelijk hoe het probleem je lezer negatief beïnvloedt
  • Je komt met een oplossing

Een mooi voorbeeld van die techniek is de uitleg over Ferret, waarvan Wijs overigens de branding, website en launch campaign op poten zette. De doelgroep wordt aangesproken, het probleem wordt geschetst en dan volgt de oplossing.

Bron: http://ferret.ai


Welke copytechniek je ook gebruikt, cruciaal is dat je je lezer leert kennen (en zijn problemen). Alleen zo kan je hen ook op de juiste manier aanspreken en tot actie overhalen.


3. Ronkende volzinnen <---> geen letter te veel

Een lyrische tekst past misschien goed bij je bedrijf, maar op het net werkt zo’n tekst zelden. Lezen op een scherm is net een tikje lastiger dan op papier. Tel daar nog bij dat weblezers ongeduldig en gemakzuchtig zijn, en je begrijpt dat je teksten vooral to the point moeten zijn. Pas dus het KISS-principe toe: keep it short and simple. Werk met korte zinnen. Breng je boodschap eenvoudig en helder. En gebruik niet meer woorden dan nodig.

Waar zou jij het makkelijkst op klikken?

  • Bekijk het programma.
  • Hier vindt u een overzicht van het volledige programma.


4. Onrechtstreekse actie <---> directe actie

Een groot voordeel van online content is dat de lezer meteen kan doorklikken. Bij print is de call to action eigenlijk een uitgestelde actie, terwijl het op het web een directe actie is, namelijk doorklikken. Maak je call to action dan ook direct en gebruik de gebiedende wijs. Wees concreet en maak je link betekenisvol. Het moet duidelijk zijn wat je precies doet als je op de link klikt. Vermijd dus algemene uitdrukkingen als ‘klik hier’ of ‘probeer’.

Bron: http://blog.e-difference.nl/usability/klik-hier-om-je-call-to-action-te-optimaliseren.html

 

5. Je doelgroep toespreken <---> denken aan Google

Op papier hoef je geen rekening te houden met zoekmachines. SEO is er niet relevant. Schrijf je voor het web, dan moet je ook rekening houden met hoe je bezoeker zoekt naar informatie. Dat kan je opmaken uit een KWR. Hou je in je tekst rekening met die Keyword research, dan is die ook meteen SEO-vriendelijk. Onderzoek toont daarnaast dat weblezers op het net vooral inspiratie en educatie zoeken.

Bron: https://contently.com/strategist/2015/10/08/infographic-7-ways-to-walk-the-content-marketing-tightrope/

 

Manieren om aan die noden te voldoen:

  • Bied objectieve info.
  • Maak het geloofwaardig: vermeld bronnen, wees kritisch.
  • Vermijd verkoopspraatjes: een goed informatief stuk zal je lezers sneller aan je merk binden en doen handelen dan een doorzichtige salespitch.

En dan nog dit: een artikel online is liefst een pak korter dan hetzelfde artikel op papier. Dat je minder moet schrijven, betekent jammer genoeg niet dat het ook sneller en eenvoudiger is. Webcopy kent net de extra uitdaging dat je op een heel beperkte plaats precies moet zeggen wat je bezoeker wil lezen, liefst ook op het juiste moment en de juiste plek. De positieve kant van het verhaal: als je voldoende aandacht schenkt aan je web copy, brengt dat meteen op. Relevante copy die de doelgroep aanspreekt vertaalt zich immers meteen in een betere conversie.

Benieuwd hoe we jouw content doen werken? Bel ons voor een afspraak.

Katrien Vermeulen
Copywriter

Lees meer

Iedereen bij Wijs deelt zijn expertise, ook Jasper en Evi. Benieuwd naar de laatste nieuwtjes en blogposts? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!